Van waarneming naar beeld
Wanneer ik fotografeer, ben ik vaak bezig met kijken. Met licht, vorm, structuur, tijd en ruimte. Ik zoek niet zozeer naar een onderwerp, maar naar een manier waarop de werkelijkheid zich aan mij laat zien.Toch realiseer ik me steeds vaker dat het maken van een foto slechts een deel van het proces is.
De Amerikaanse fotograaf Ansel Adams vergeleek een negatief ooit met een muzikale partituur en de afdruk met de uitvoering daarvan. Hij schreef letterlijk: "I have often said that the negative is similar to a musician's score, and the print to the performance of that score." in zijn beroemde handboek The Print.
Die vergelijking spreekt me aan, niet alleen vanwege de schoonheid ervan, maar vooral omdat ze duidelijk maakt dat fotografie meer is dan het moment waarop de sluiter wordt ingedrukt.
De opname is de partituur,
de afdruk de uitvoering...
Adams was oorspronkelijk opgeleid als concertpianist. In de muziek is een partituur geen eindpunt. De noten liggen vast, maar iedere muzikant geeft er een eigen interpretatie aan. Een muziekstuk van Bach klinkt anders afhankelijk van wie het speelt, op welk instrument en in welke ruimte. Volgens Adams geldt hetzelfde voor fotografie.
De opname vormt de basis. Maar wat die opname uiteindelijk wordt, hangt af van de keuzes die daarna volgen.
Dat herken ik. Dan ontstaat een nieuwe interpretatie.
Wanneer ik naar een scène kijk, maak ik al een eerste selectie. Ik kies een standpunt, een uitsnede, een moment. Van alles wat zich voor mij bevindt, laat ik slechts een klein deel toe in het beeld. Op dat moment begint de interpretatie al.
Maar ook daarna gaat het proces verder.
Bij het selecteren van foto's ontdek ik vaak dat sommige beelden meer aansluiten bij wat ik ervaren heb dan andere. Vervolgens speelt de bewerking een rol. Niet om iets toe te voegen wat er niet was, maar om zichtbaar te maken wat mij op dat moment aantrok. Soms zit dat in een subtiel contrast. Soms in de balans tussen licht en donker. Soms in het benadrukken van een ritme of structuur die tijdens het kijken mijn aandacht trok.
Vooral in mijn abstracte werk merk ik hoe persoonlijk die keuzes zijn. Een verweerde muur kan voor de één een stuk beton zijn en voor de ander een landschap. Een detail in roest kan gelezen worden als een verzameling kleuren en lijnen, maar ook als een herinnering, een associatie of een stemming.Dat betekent niet dat alles willekeurig wordt.
Ansel Adams ontwikkelde samen met Fred Archer het beroemde Zonesysteem om juist meer controle te krijgen over de vertaling van wat hij zag naar wat uiteindelijk zichtbaar werd in de afdruk. Niet omdat techniek het doel was, maar omdat techniek hem hielp zijn visie zo nauwkeurig mogelijk vorm te geven.
Ook voor mij staat techniek uiteindelijk in dienst van de waarneming. Een foto laat niet simpelweg zien wat er was. Ze laat zien hoe ik gekeken heb.
Dat geldt misschien nog sterker voor abstracte fotografie dan voor andere vormen van fotografie. Naarmate herkenbare context verdwijnt, worden keuzes in vorm, licht, ritme en compositie belangrijker. Het beeld verwijdert zich niet van de werkelijkheid, maar van een letterlijke beschrijving ervan.
Steeds meer zie ik een foto daarom als een persoonlijke interpretatie van een ontmoeting met de werkelijkheid.
De opname is daarbij niet het eindpunt.... ze is de partituur.
De uiteindelijke foto is mijn uitvoering ervan.
Maar misschien is zelfs dat niet het einde van het verhaal. Want zodra een beeld wordt bekeken door iemand anders, begint opnieuw een vorm van interpretatie. Een foto laat zich immers niet alleen maken. Ze laat zich ook lezen. En misschien ligt juist daar het meest fascinerende deel van fotografie.
Daarover schrijf ik in mijn volgende blog.


